Waarom de RES het Ei van Columbus is

Een steeds terugkerend commentaar op het RES-proces is dat ‘het alleen maar over zon en wind gaat, terwijl de energietransitie zoveel breder is en het geen zin heeft om alleen over zon en wind te spreken’.

Ogenschijnlijk een zeer steekhoudend argument, maar in de praktijk een misvatting. Wat is nou precies die RES, waarom verdient de RES brede steun en waarom nemen we nu eerst alleen besluiten over zon en wind.

Tot in de jaren 60 was energie iets van het dagelijks leven; je moest weten hoe een kachel werkte, waar je brandstof vandaan haalde, en hoe je kou buiten hield. Zo niet; dan had je het thuis koud. Sindsdien is energie iets vanzelfsprekends geworden. Elektriciteit, gas, benzine, maar ook water; het is altijd beschikbaar en relatief betaalbaar. En wanneer het er niet is door bijvoorbeeld een elektriciteitsstoring, dan ligt ook meteen vrijwel onze hele samenleving stil. Alle reden om zorgvuldig te handelen.

Al snel werd gewaarschuwd dat er ooit een einde kwam aan deze luxe en dat er nadelen aan het gebruik van fossiele brandstoffen zaten, maar voor de politiek, het bedrijfsleven en de burger was het veel makkelijker om dat tot een probleem voor de toekomst te bestempelen.

En nog steeds is het mogelijk de kop in het zand te steken, of te hopen op een miraculeus alternatief in de vorm van schone en goedkope kernenergie.

We hebben ook nog steeds tijd om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen en stap voor stap te vervangen door duurzame vormen van energie. De urgentie groeit echter met de dag en hoe sneller we vaart gaan maken hoe lager de totale kosten zullen zijn. Alle reden om in actie te komen.

Dan kun je vragen om een complete totaaloplossing vanuit een alwetende instantie; maar die kennis hebben we niet, zo’n oplossing bestaat niet en zo’n oplossing zouden we ook niet accepteren. Er zijn alleen deel-oplossingen die op heel veel verschillende manieren onze manier van leven gaan veranderen. Niet leuk, maar wel noodzakelijk, en ook iets waarbij we zelf keuzes moeten maken. En het doel? Een vrijwel circulaire samenleving.

Op basis van bovenstaande en andere randvoorwaarden kun je enkele uitgangspunten formuleren op basis waarvan gekozen is voor het RES-proces van een RES 1.0, RES 2.0, RES 3.0 etc etc, waarbij je nu alleen besluiten neemt over intensivering van zon en wind, en gelijktijdig investeert in de kennis over al ie andere facetten van de energietransitie. Die uitgangspunten zijn:

  1. Het is noodzakelijk dat kennis over energie en energiebesparing wijdverbreid en breedgedragen worden; energie is immers iets wat continu een rol in ons leven speelt, en de kennis daarvan kunnen we niet overlaten aan een kleine groep technici die alles voor ons regelen. We moeten bij wijze van spreken leren hoe we de kachel van de toekomst brandende en het vervoersmiddel van de toekomst rijdende houden.
  2. We gaan er sowieso vanuit dat tot 2030 in totaliteit een energiebesparing van 30% behaald wordt. Alles wat we niet gebruiken hoeven we immers ook niet op te wekken. Voor de overzichtelijkheid moeten we dat traject wel scheiden van de opwek van energie.
  3. Er is behoefte aan een structuur waarmee vaart gemaakt kan worden met de energietransitie en waar zowel de overheid, het bedrijfsleven en de bevolking bij betrokken is. Zonder structuur achter het geheel wordt de besluitvorming en het kennisdelen een zooitje. De overheid is daarbinnen de besluitvormende partij, en zij is daarom ook de trekkende kracht binnen deze structuur.
  4. Voortkomend uit 1. is er behoefte aan maatschappij-brede bijscholing over energie; we moeten met zijn allen ons bewust worden over ons energiegebruik en onze kennis over energie verveelvoudigen en delen.
  5. Er zijn oneindig veel mogelijkheden om energie op te wekken, op te slaan, te verplaatsen en te gebruiken; daarnaast moeten we vol inzetten op het ontwikkelen van nieuwe kennis (natuurkundig, maar geologisch e.a. wetenschappen) en in gebruik nemen van verworven kennis (ondernemerschap).
  6. De realiteit vertelt ons dat er niet 1 oplossing is voor de problemen. In de toekomst zal niet al onze energie van wind of aardwarmte komen; we hebben energie nodig in veel verschillende verschijningsvormen op veel verschillende plaatsen. Daarom is het handig om de opwek van die energie op veel verschillende manieren plaats te laten vinden.
  7. Een qua opwek beperkt doel van 35 TWh van zon en wind op land, wat door mij als te laag ervaren wordt, maar wat hoog genoeg is om serieus aan de slag te gaan. In de toekomst zal dan blijken of we meer wind en zon nodig hebben of dat op andere wijze in onze energiebehoefte voorzien kan worden.

Bovenstaande leidt ertoe dat de RES een geweldige vondst is.

-a- je gaat nu aan de slag met die zaken waarmee je nu aan de slag kunt gaan, namelijk meer opwek via zon en wind, en je gaat daarmee voorzien in minder dan 10% van je totale energiebehoefte. Met andere woorden; je gaat aan de slag zonder beslissingen te nemen op vlakken waar de beslissing genomen moet worden in een breder perspectief.

-b- je creëert een podium waarmee je in je huis, in je wijk, in je gemeente, regionaal, provinciaal, landelijk en internationaal de discussie gaat voeren over hoe we in de toekomst onze energie-voorziening gaan regelen; kennisvermeerdering en kennisdeling dus. Ook internationaal want klimaatwijziging en beprijzing van uitstoot zijn ook zaken die je internationaal moet regelen.

-c- doordat gemeenten gelijktijdig aan de slag gaan met energiebesparing en met hun warmtevisie wordt geïnvesteerd in lokale kennis over isolatie, geothermie, aquathermie, etc en landelijk geinvesteerd in andere kennis zoals over kernenergie.

Alle reden overigens om lokaal vooral gebruik te maken van de eigen bevolking zodat de kennis ook echt lokaal behouden blijft. Kennis die we nodig hebben om bij de RES 2.0 en daarna de juiste keuzes te kunnen maken, en tijd die we nodig hebben om de kennis in de samenleving over energie en energiebesparing te vergroten zodat we straks tot breedgedragen maatwerk-oplossingen kunnen komen.

-d- doordat bij de RES 2.0 of daarna ook aanpalende onderdelen zoals het verduurzamen van de mobiliteit meegenomen gaan worden maak je het tempo en de reikwijdte van het beleid ook inzichtelijk voor de omgeving.

.

Het teleurstellende aan de werkelijkheid tot nog toe is dat in veel gemeenten de discussie beperkt is tot een discussie over zon en wind. Dat de besluitvorming alleen plaatsvind over zon en wind hoeft toch niet te betekenen dat je de discussie niet breder voert?

We hebben nog 8 maanden totdat de RES 1.0 af moet zijn, laten we die tijd met zijn allen gebruiken om onze kennis over energie te vergroten. En laten we daarbij niet vergeten dat daarna nog vele jaren volgen voor besluitvorming over al die andere stappen die we nog moeten zetten.

Over Aernoud Olde

Aanjager van lokaal duurzaam denken en doen, voorzitter @ Hilversum Verbonden en oprichter van energie-coöperatie HilverZon te bereiken op 06-1250.5498
Dit bericht werd geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s