Artikel WeesperNieuws; interview over de energietransitie van onderop

Gepubliceerd 21 juni 2022, geschreven door Manja Ressler in het kader van een serie over Duurzaamheid; overgenomen uit Weespernieuws

‘Over 20 jaar zeggen we: jongens waarom deden we zo moeilijk?’

Het nieuwe klimaatrapport van de VN onderstreept de noodzaak van verduurzaming. Journalist Manja Ressler zoekt in een serie artikelen uit wat er op dit gebied in Weesp al gebeurt of nog gebeuren moet. Voor deze derde aflevering over duurzaamheid duikt ze in het samenwerkingsverband tussen de energiecoöperaties in de provincie.

Onder druk van de gestegen energiekosten schaffen steeds meer mensen een warmtepomp aan. Dat wil zeggen: mensen die op een plek wonen waar dat kan en mag én die het zich financieel kunnen permitteren. Want ondanks de subsidie blijft het een hele uitgave. Het kan ook anders.

Op steeds meer plekken in Noord-Holland slaan buurtbewoners de handen ineen en vinden collectieve oplossingen voor het verwarmen van hun huizen. Inmiddels zijn er al meer dan tachtig energiecoöperaties in Noord-Holland en meer dan tweehonderd coöperatieve zon- en windprojecten. En dat is nóg duurzamer dan per particulier huis zonnepanelen en een warmtepomp plaatsen: door het samen te doen kunnen meer mensen overstappen op duurzame energie. Dat scheelt niet alleen geld, maar is ook beter voor onze wereld.

Van onderaf

Energie Samen Noord-Holland is een samenwerkingsverband tussen de energiecoöperaties in deze provincie. Via Zoom spreekt WeesperNieuws met coördinator Aernoud Olde. Het gaat om ‘energietransitie van onderaf’, zoals de website zegt. Olde legt uit: “Achter de gedachte van energiecoöperaties zit het idee dat je met elkaar, lokaal, organiseert en regelt. En dat noemen we ‘van onderop’. Dus niet vanuit de overheid of multinationals, maar in samenspraak met mensen in je omgeving. ‘Een samenleving waarin burgers veel meer onderling regelen’. En om zo veel mogelijk mensen erbij te betrekken. We willen naar een samenleving waarin we veel meer met de burgers onderling regelen en waar de overheid als een vangnet fungeert en faciliteert en ondersteunt, maar waar je op wijkniveau naar elkaar omziet, dingen samen doet en elkaar helpt. En energie is een mooi voorbeeld waarmee je dat kunt realiseren, gezamenlijk energie opwekken en warmte creëren. En dus niet vijftig jaar lang een grote onderneming veel te veel geld betalen voor die energielevering, maar goedkoper en samen”.

Dat is een mooi idee, maar hoe doen we dat dan met alle grote bedrijven, de grote energieverbruikers moeten toch ook in transitie gaan?
Olde: “De grootste twintig energieverbruikers gebruiken een absurd percentage van onze
energie en daarvoor vertrouw ik op een sterke overheid die daar paal en perk aan stelt. Dat
kunnen wij als burgers niet afdwingen. Je kunt hooguit werken aan een krachtige consumentenbeweging, maar om een miljardenbedrijf te laten veranderen heb je echt de
overheid nodig. We zijn er niet op uit de overheid af te breken. In ons model heb je juist een sterke overheid, maar die zich wel terugtrekt uit gebieden waar burgers het onderling kunnen regelen.

Hoe werken de lokale energiecoöperaties?
Olde: “Dat is aan hen zelf, dus dat kan overal anders zijn. Met Hilverzon (de energiecoöperatie van Hilversum, MR) hebben we destijds in 2016-17 in korte tijd zeven collectieve projecten voor zonne-energie gerealiseerd. Dat werkte met huis-aan-huis foldertjes in de bus stoppen, avonden organiseren en dan is het uiteindelijk wie zich het eerst aanmeldt, doet mee. We bleken die projecten makkelijk vol te krijgen en inmiddels zijn er wachtlijsten voor nieuwe projecten. Maar het is lastig om daken te vinden waar je die zonnepanelen op mag leggen. Als energiecoöperaties hebben wij een eigen energiemaatschappij opgericht waar de opgewekte stroom naar toe gaat. Over enkele jaren zal elektriciteit zelf niet zoveel meer kosten. Waar je voor gaat betalen is de distributie, de infrastructuur die nodig is voor levering van stroom op het moment dat jij het nodig hebt. Daarom wordt het opslaan van de lokaal opgewekte stroom heel belangrijk; die hoeft dan niet over het stroomnet en je kunt hem gebruiken wanneer jij hem nodig hebt. Dat is uiteindelijk de beste situatie. Die infrastructuur is op het moment het grootste probleem: het bestaande netwerk kan de distributie van opgewekte (zonne-)energie niet aan. Dat is de grote spelbreker bij de energietransitie.

Op het energieontbijt in Weesp, georganiseerd door het Amsterdamse netwerk voor energietransitie op wijkniveau 02025 in samenwerking met Weesp Duurzaam, bleek hoe groot die spelbreker is. Weesp Eco Energie heeft inmiddels op een flink aantal daken van gebouwen op het sportcomplex aan de Papelaan en ook op bedrijven zonnepanelen kunnen leggen die deels zijn betaald door Weespers en deels gefinancierd door groenfondsen. De eerste groep zonnepanelen, zo’n 95 stuks, zijn goed voor vijftig huishoudens. Maar… ondanks het contract met de netwerkbeheerder bleek, toen puntje bij paaltje kwam, dat er onvoldoende capaciteit is om de opgewekte stroom te transporteren.Verscheidene aanwezigen toonden zich verontwaardigd over deze wanprestatie.

Maar Olde, die ook aanwezig was op de bijeenkomst legde uit dat je niet boos moet worden op netwerkbeheerder Alliander. Het ligt voor de hand om netwerkbeheerder Alliander daarvoor verantwoordelijk te stellen, zo stelde hij, maar het is ingewikkelder. De nieuwe Warmtewet, die jaren geleden ingevoerd had moeten worden, is nog steeds niet door de kamer vastgesteld. Door bepalingen in de oude Warmtewet zijn netwerkbeheerders aan handen en voeten gebonden, waardoor zij geen (snelle) oplossingen kunnen bieden voor het opheffen van de beperkingen in de huidige infrastructuur. Daarom, zo vertelde coördinator van Eco Energie Weesp, Irmelin Waalkens, wordt er nu naar andere oplossingen gekeken, zoals opslag in batterijen met zeer grote capaciteit.
‘Lastig om daken te vinden waar je die zonnepanelen op mag leggen’

Weesp

Olde is bekend met de situatie in Weesp: “Zonne-energie is natuurlijk maar een deel van het jaar ruim beschikbaar. Dus je zou willen dat je zo veel mogelijk verschillende energiebronnen kunt gebruiken. Over twintig jaar verwacht ik dat we goede technologieën en veel betere opslagmogelijkheden hebben. Over veertig jaar hebben we misschien zelfs veilige kernenergie. Als je kijkt hoeveel energie er van de zon af komt en hoeveel energie, warmte, er in de aarde zit, allerlei verschillende bronnen waarvan wind er één is. De energie is er wel, we moeten alleen leren om ervoor te zorgen dat het er is op het moment dat wij het willen gebruiken. Er is geen schaarste. We zitten in een transitie en over twintig jaar zeggen we, jongens waarom deden we zo moeilijk? Ik vind het jammer dat er in het Gooi en in Weesp zo moeilijk wordt gedaan over windmolens. Ik kan ze niet mooi noemen, maar je kunt de nadelen ook wel overdrijven. Er is zo veel dat lelijk is. Neem de televisieantennes van vroeger: die verdwenen toen er kabeltelevisie kwam. Maar voor die tijd werd er ook niet gezegd, laten we maar twintig jaar wachten met televisie tot er kabel is, dan hoeven we niet die lelijke dingen op het dak te hebben. En toch is dat de redenering die veel mensen nu toepassen als het over windmolens gaat. Die mensen veroorzaken wel dat het allemaal veel duurder wordt en dat er straks misschien geen zekerheid over levering is. Zijn die mensen dan blij? Het is kortzichtig, want het staat buiten kijf dat we die windenergie de komende twintig jaar nodig hebben.”
‘Het staat buiten kijf dat we windenergie nodig hebben’

Er zijn minstens drie verschillende situaties in Weesp wat betreft energievoorziening: huizen in particulier bezit en woonboten. Die kun je helemaal vol leggen met zonnepanelen, behalve als je in het oude centrum woont. Daar gelden sterke beperkingen, ook warmtepompen kunnen daar niet. En dan zijn er de huurwoningen die het bezit zijn van een woningbouwvereniging. Wat zouden oplossingen kunnen zijn voor de huizen in het oude centrum en voor de huurwoningen?

Eerst isoleren

Olde: “De rijksoverheid heeft gemeentes opgelegd dat er een half jaar geleden een warmtevisie opgeleverd moest worden. Het vervolg daarvan wordt om voor iedere wijk een wijkuitvoeringsplan te schrijven. Het begint met isoleren. Dat is echt het belangrijkste. Want alles wat we niet verbruiken, scheelt zo ontzettend veel. Er is zo veel mogelijk en het levert je vaak ook meer comfort op. En je verdient het gewoon terug, nu zelfs nog sneller, door de hogere energieprijzen. Het gaat om tientallen procenten. Verder moet je per wijk kijken wat de mogelijkheden zijn. In Muiderberg hebben de bewoners de handen ineen geslagen en onder het motto ‘Muiderberg aardgasvrij’ hebben ze een energiecoöperatie opgericht. Er worden al contracten gesloten met bewoners dat ze de warmte van het randmeer als basisbron gebruiken. Ik kan me voorstellen dat er uit het Amsterdam-Rijnkanaal bij jullie ook warmte te halen valt. Ga het onderzoeken. Er is in Weesp ook wat industrie, dus de restwarmte daarvan is ook een bron.”

Na enig nadenken voegt Olde toe: “In zo’n nieuwbouwwijk als in de Bloemendalerpolder kun je met weinig moeite aardgasvrij bouwen. Dat kost wel meer, maar dat verdien je terug met lagere energiekosten. En ook daar geloof ik in buurtnetwerken voor warmte, dus niet ieder huis voor zich. Je kunt denken aan warmteopslag, waarbij je warmtepanelen op huizen zet en de opgevangen warmte onder de grond opslaat tot de winter.”

En wat moeten mensen in het oude centrum?
“Het oude centrum van Weesp, dat blijft lastig. In Hilversum zijn de regels rond beschermd stadsgezicht wat betreft zonnepanelen verruimd. Echte monumenten moet je wel intact laten. En misschien valt er in het oude centrum warmte te halen uit de gracht of uit de Vecht. Aquathermie wordt in de gemeente Wijdemeren gezien als een oplossing voor het verwarmen van een groot deel van hun woonkernen.”

‘Aardwarmte is min of meer gratis’
De boodschap van Aernoud Olde is om per wijk te kijken wat er mogelijk is. “Maar wees voorzichtig met mensen aan te raden om meteen individueel aardgasvrije oplossingen te zoeken. Want die zijn dan niet meer in de running voor collectieve oplossingen. Als de twintig procent die zich dat kunnen permitteren dat doen, dan laat je de rest in de kou staan.Voor een collectieve oplossing heb je meestal nodig dat meer dan negentig procent van de mensen meedoet. Het belangrijkste is om met je buren te overleggen of je iets gezamenlijk kunt doen. En om van elkaar te leren. Haal niet te snel externe deskundigen erbij als er kennis aanwezig is in je eigen gemeenschap.”

Onderzoek

Er is inmiddels een landelijk netwerk van dit soort organisaties, met veel kennis, databases en projecten, en iedereen is bereid dat te delen. Amsterdam heeft 02025, dat op 9 juni een energieontbijt met focus op Weesp organiseerde.
Olde: “Als energiecoöperaties kijken wij heel sterk naar de mogelijkheden om collectieve verwarming te onderzoeken. Er lopen vanuit de provincie diverse onderzoeken, want we weten eigenlijk heel weinig van wat er onder onze voeten gebeurt. Er is heel weinig inzicht in de aardlagen en de warmte die beschikbaar is in de grond. Er zijn nu overal in de provincie proefmetingen gedaan om te kijken of het haalbaar is om aardwarmte te gaan gebruiken. Aardwarmte is min of meer gratis, al moet je hem wel oppompen. Die warmte is enorm en die kun je in de toekomst, als dat goedkoper kan, deels omzetten in elektriciteit. Dat is vrijwel onuitputtelijk. Het is net als de energie van de zon, elke paar seconden is dat meer dan we in een jaar verbruiken.”

Meer weten over hoe er in Muiderberg is samengewerkt om van het gas af te komen? https://warmtenetmuiderberg.nl
Landelijk netwerk Buurtwarmte: https://buurtwarmte.energiesamen.nu
Energie Samen / Energie Samen Noord Holland: www.energiesamen.nu / www.energiesamennoordholland.nl

Geplaatst in Over Duurzaamheid | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Inspreekmoment bij Omgevingsvisie – 15 juni 2022

Door Aernoud Olde, betrokken bij meerdere bewonersinitiatieven zoals Hilversum100, Hilversum Verbonden en Omgevingseducatie GVE

Woensdag 15 juni heb ik ’s avonds ALV van onze vereniging ‘Energie Samen Noord Holland’, daarom kan ik niet aanwezig zijn bij het inspreken voor de omgevingsvisie. Daarom vooraf via deze brief.

Geachte raadsleden,

Als inwoner van Hilversum ben ik nauw betrokken geweest bij het ophalen van ideeën uit de samenleving, onder andere als lid van de klankbordgroep. Zelf hoop ik dat deze omgevingsvisie bijdraagt aan een versnelling van onze route naar een circulair Hilversum, voor en door inwoners (*, zie link onderaan dit inspreekdocument). Dat is echter niet waarom ik mij tot u richt. Er is iets anders waar ik u als raadsleden op wil wijzen en waar ik mij zorgen over maak. Dat is de discrepantie tussen enerzijds de geest van dit omgevingsvisie-traject en anderzijds het recent verschenen coalitie-akkoord.

De gemeente heeft inzake het participatietraject rondom de omgevingsvisie een lange en hectische weg afgelegd met een mooi eindresultaat. Als betrokken bewoners in de klankbordgroep constateerden wij een breed gedragen instemming over wat participatie opgeleverd heeft.

Persoonlijk zie ik toekomst waarbij er vrijwel continu een brede discussie wordt gevoerd met inwoners, inwonersorganisaties, ondernemers en andere stakeholders voordat de gemeenteraad overgaat tot het slaan van piketpaaltjes en uiteindelijk tot vaststelling van beleid komt.

Daarmee kom ik tot mijn grote punt van zorg en dat is het feit dat het nieuwe college-akkoord radicaal een andere weg inslaat en participatie terugbrengt tot geneuzel in de marge nadat de gemeenteraad alle piketpaaltjes in de grond geslagen heeft.

Ik verwijs hierbij naar hoofdstuk 0 en de bullets bij het hoofdstuk ‘Ruimte voor een open bestuurscultuur” uit het college-akkoord. Eerst gaat het over ‘Draagvlak begint met het ophalen van ideeën en gedachten in de raad”, en pas daarna komt ‘In de open bestuurscultuur die deze coalitie voorstaat, is juist volop ruimte voor het gesprek met de samenleving.’

Er wordt een werkelijkheid gecreëerd waarin de gemeenteraad eerst de kaders stelt en daarna het gesprek aangaat met de samenleving. Uit het college-akkoord; “Bij het zoeken naar draagvlak is het cruciaal dat vooraf duidelijk is waar wel en waar niet over meegedacht en gediscussieerd kan worden. Duidelijke, realistische kaders zijn hierbij essentieel.

Dit punt in het college-akkoord wijkt fors af van de breedgedragen conclusies uit het participatieproces rondom de omgevingsvisie. Het is in mijn ogen aan de gemeenteraad om in de komende maanden, bij het vaststellen van de omgevingsvisie hierin ten opzichte van participatie de juiste piketpaaltjes te slaan; namelijk piketpaaltjes waarbij je bij onderwerpen die ingrijpen in de omgeving van inwoners en andere stakeholders, eerst het gesprek aangaat, en pas daarna beperkingen aanbrengt. Zo niet dan is participatie een lachertje, kun je draagvlak op je buik schrijven en zullen gemeente en inwoners telkens opnieuw in diepe loopgraven tegenover elkaar komen te staan.

Het is aan deze nieuwe gemeenteraad om in de omgevingsvisie klip en klaar vast te leggen dat je voor het creëren van draagvlak begint met het gesprek met de samenleving en pas daarna beslissingen neemt.

Ik realiseer me terdege dat dit geregeld reacties op gaat roepen waar je als overheid moeilijk mee uit de voeten kunt. Echter, die reacties op voorhand uitsluiten is niet de weg die je als overheid moet bewandelen. Dat levert echt niet de nieuwe bestuurscultuur die keihard nodig is.

Persoonlijk houdt ik mij vast aan de woorden waarmee het nieuwe college hoofdstuk 0 van het college-akkoord beëindigt: ‘Wij willen stevig benadrukken dat de ideeën en richtingen in dit hoofdstuk vooral als denkrichtingen en suggesties moeten worden gezien. Want een bestuurscultuur vormen we met z’n allen. We gaan graag het gesprek aan met de raad en de samenleving om dit belangrijke onderwerp verder vorm te geven.” 

Het is aan u als gemeenteraad om dat gesprek de komende maanden met de samenleving te voeren. Een gemeenteraad bestaat per definitie uit inwoners van de gemeente en dat is een goed begin van een samenleving waarbij de gemeente een organisatie is voor en door inwoners, maar realiseer u alstublieft dat u met 37 leden nooit de volledige kracht en kennis van de samenleving kunt meenemen. Verwerp dit onderdeel van het college-akkoord en stel een omgevingsvisie vast waarbij u bij die inwoners en ondernemers te rade gaat voordat u piketpaaltjes slaat.

Aernoud Olde, Hilversum, 13 juni 2022

* Mijn inbreng bij de omgevingsvisie https://aernoudolde.wordpress.com/2022/03/18/een-circulair-hilversum-voor-en-door-de-inwoners/

Geplaatst in Blogbijdrages over Hilversum | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

een circulair Hilversum voor en door de inwoners

in het najaar van 2021 werd aan de inwoners van Hilversum gevraagd hoe zij naar de toekomst kijken; dit in het kader van de omgevingsvisie (meer info op Hilversum2040.nl). Hieronder mijn bijdrage.

Het Hilversum van 2040 is wat mij betreft een gemeenschap voor en door bewoners. De gemeente is nog altijd aanwezig, maar vooral voor nutsvoorzieningen, als vangnet en als faciliterende organisatie voor een wijdverbreid netwerk aan kleinschalige zakelijke dienstverlening, burgerinitiatieven en coöperaties.

Kernwoorden; collectief, coöperatief, minder consumptief, en meer een gemeenschap; letterlijk een samenleving.

Op het eerste gezicht is er in 2040 niet veel veranderd in Hilversum; mensen wonen nog steeds in hun eigen huis, gaan naar het werk, sporten, gaan op bezoek gaan bij vrienden en bekenden of kiezen ervoor om thuis te blijven. Mensen zijn ook nog altijd verantwoordelijk voor hun eigen welzijn.

Er zijn nog steeds ondernemers die producten aanbieden, en multinationals, en handelsbedrijven die goederen vanuit de hele wereld importeren. Het volume van de fysieke handel is wel gedaald omdat de prijs van transport fors is gestegen. Zelf verdienen we veel geld met digitale zakelijke dienstverlening aan de hele wereld, en natuurlijk produceren we in Hilversum nog steeds heel veel media-producten.

Wanneer je inzoomt op het bedrijfsleven blijkt er wel iets veranderd te zijn. Vrijwel alle nieuwe producten gaan langer mee, kunnen makkelijker gerepareerd worden en als ze echt kapot zijn kunnen ze gerecycled worden. Deze kringloopeconomie heeft heel veel nieuwe lokale banen opgeleverd, hoewel sommige reparaties middels 3D-printers en het internet eigenlijk niet lokaal uitgevoerd worden. Nog veel meer dan nu maken we gebruik van een supersnel internet.

Iedere wijk heeft in 2040 een levendig winkelgebied aangezien het veel logischer is om spullen per fiets te distribueren in plaats van in busjes, en je dus per wijk distributiepunten nodig hebt. In het centrum zette de kaalslag onder winkelketens na 2021 eerst door aangezien zij de concurrentie met de steeds verder toenemende behoefte aan bezorgdiensten niet aan konden. De grote omslag kwam na het omarmen van de kringloopeconomie. Er kwamen veel gezellige, kleinschalige plekken bij waar je terecht kunt met je kapotte of verouderde spullen en weer weg gaat met gerepareerde spullen of met nieuwe kwaliteitsproducten gemaakt uit gerecyclede grondstoffen. Daaromheen veel horeca; mede omdat we vaker buiten kunnen zitten (klimaatwijziging is niet alleen vervelend).

Helaas heeft de klimaatwijziging ook zijn tol geëist. De gevolgen van decennia lang de lucht, de bodem en de natuur vervuilen zijn niet zomaar weggepoetst, maar wereldwijd is het in 2040 wel degelijk gelukt (o.a.) de CO2-uitstoot fors te verminderen. Door de opwarming die al heeft plaatsgevonden, en het smelten van ijskappen is de warme golfstroom helaas verdwenen en kennen we in 2040 gemiddeld koudere winters en warmere zomers. Vooral de periodes van droogte zijn langer en af en toe komen er waanzinnige hoeveelheden regen uit de lucht, maar dankzij meer groen in de wijken en opvangbekkens voorkomen we nog grotere schade. Het verzamelde water hebben we tijdens de droge periodes hard nodig om het vele groen in de stad levend te houden. Zonder dat extra groen zou het in de zomer sowieso niet meer uit te houden zijn in de stad qua temperatuur.

Al met al is de klimaatwijziging iets dat we hebben moeten accepteren. Overigens bleek het ternauwernood voorkomen van een grote natuurbrand in ’t Gooi voor onze regio de trigger om het roer om te gooien en de samenleving echt radicaal om te vormen naar een kringloopeconomie. Soortgelijke gebeurtenissen bleken overal op de wereld het sein dat het anders moest, en in 2040 weten we dat het ook anders kan.

Dat andere grote gevaar; de stijgende zeespiegel lijkt met een sisser af te lopen. De jaarlijkse stijging van de zeespiegel zal in 2040 wel aanzienlijk toegenomen zijn, maar de experts weten inmiddels dat we met hogere dijken en ander verstandig beleid Nederland wel droog kunnen houden. Geen Hilversum in of aan zee dankzij het wereldwijd fors terugdringen van de CO2-uitstoot.

De tol van de opwarming is helaas in 2040 buiten de stad wel terug te zien omdat een deel van de natuur de langdurige droogtes niet aankan en er tijdens deze periodes onvoldoende water is om het grondwaterpeil hoog genoeg te houden. Gelukkig heeft GNR inmiddels aanpassingen in de vegetatie doorgevoerd waardoor onze natuur nog altijd een groene plek is waar we rust kunnen vinden.

Het particuliere autobezit begint in 2040 fors te dalen aangezien de zelfrijdende elektrische auto’s inmiddels echt veilig blijken zijn. Geen eindeloze rijen met geparkeerd blik meer in de straten maar ruimte voor spelende kinderen en heel veel vergroende parkeerplaatsen (en vergroende andere oppervlaktes). Wanneer je een auto nodig hebt dan kies je het model (klein, groot, met of zonder laadruimte, etc.) en dan rijdt de auto op het door jouw gekozen moment bij je voor vanaf een van de centrale parkeerplaatsen. De auto’s zijn collectief eigendom van de inwoners van de wijk en wanneer je op je bestemming aangekomen bent, rijdt de zelfrijdende auto door naar de volgende aanvrager van vervoer. Al met al blijkt dit zelfs goedkoper en prettiger te zijn dan ieder een eigen auto.

In 2040 zijn we inmiddels volkomen gewend aan het collectieve warmtenet dat onze huizen van warmte voorziet vanuit enkele diepe geothermie-putten (UDG), aangevuld met energie die opgewekt wordt op vrijwel alle daken middels combi-panelen; deels elektriciteits-opwek en deels warmte-opwek. De resterende elektriciteitsbehoefte wordt helaas nog altijd vanaf de Noordzee gehaald en van een aantal windmolens die her en der in het land staan, aangevuld met stroom uit het buitenland. Helaas blijkt veilige kernenergie nog steeds een droom voor de toekomst, maar we weten in 2040 wel 100% zeker dat aan het einde van de eeuw de windmolens vervangen kunnen worden door Thoriumcentrales. In 2040 weten we echter ook dat we dankzij technologische vooruitgang en een veelheid aan nieuwe energie-opslagtechnieken uitstekend in staat zijn voldoende warmte op te slaan voor de winter. We blijken zoveel energie te kunnen halen uit het zonlicht, het water en de aarde dat we onze energieverslaving voort kunnen zetten, ook zonder dat we kernafval produceren.

…..

De digitalisering, de globalisering, de omgevingswet (en nog wat veranderingen) en de kringloopeconomie hebben de verhouding tussen de gemeente/overheid en de inwoners flink gewijzigd. Dit mede omdat de belastingheffing op een heel andere manier georganiseerd moest worden in een kringloopeconomie. Een groot deel van de belasting wordt in 2040 geheven op bezit (waardoor collectief delen van gebruiksgoederen verder gestimuleerd wordt) en natuurlijk op de vernieuwde btw-regeling waarbij vooral het gebruik van nieuwe grondstoffen belast wordt.

Qua gedrag is de consumptieve houding van de mensen fors verminderd. Uiteindelijk drong het tot de meerderheid door dat een circulaire samenleving veel meer vrijheid opleverde. In 2040 levert de landbouw nog altijd de grote hoeveelheid aan voedingsmiddelen, maar voor ons verse voedsel is er een systeem van regionale productie en uitlevering op buurtniveau ontstaan.

Hoewel ondernemerschap in 2040 nog altijd zeer gewaardeerd wordt, wat in 2040 terug te zien is een verder gegroeide zakelijke dienstverlening, zijn veel zaken die we dagelijks nodig hebben in 2040 collectief en vaak coöperatief geregeld. Naar het voorbeeld van de energie-sector waarin de warmtenetten rond 2030 collectief coöperatief eigendom werden met toezicht door de overheid (een energienet is toch infrastructuur, net als straten en de waterleiding daarom is de oude Nederlandse wetmatigheid dat infrastructuur in collectieve handen moet zijn de enige optie).

De vele werkgelegenheid die de kringloopeconomie opleverde heeft in 2040 ook geleid tot een hausse aan nieuwe ondernemers; ondernemers die zorgdragen voor het daadwerkelijk recyclen, en ondernemers die collectief gebruikte gebruiksgoederen exploiteren.

De gemeente heeft zich in 2040 omgevormd tot een organisatie voor en door bewoners. De gemeente is grotendeels per wijk georganiseerd (voor en door wijkbewoners en aangestuurd vanuit een democratisch gekozen wijkraad), maar gelijktijdig zijn de Gooise gemeenten ook gefuseerd tot Gooistad. Dit omdat veel uitdagingen alleen op te lossen bleken via regionale samenwerking en eenduidige besluitvorming.

Iedere wijk wordt in 2040 bestuurd door een door de inwoners gekozen wijkraad die toeziet op de wijk en in contact staat met de lokale aanbieders van collectieve diensten. Waar nodig springt de gemeente of de nationale overheid bij, maar inwoners blijken onderling uitstekend in staat om hun wijk leefbaar en levendig te houden en gelijktijdig in staat om om te zien naar de minder bedeelde mede-inwoner.

Voor de risico’s die voortkomen uit een gemeentelijke organisatie die uit inwoners bestaat zijn oplossingen gevonden, oplossingen die voornamelijk bestaan uit transparantie. Ambtenaren worden in de lokale omgeving geworven waardoor de gemeente veel beter aanvoelt waar behoefte aan is, en opgedane kennis voor de samenleving behouden blijft. Uiteindelijk is het nog steeds de gemeenteraad die de beslissingen neemt, maar zij laat zich geregeld adviseren door wisselende burgerraden.

Rondom de gemeente is een groot netwerk ontstaan waarlangs de mondige, goed geïnformeerde, deskundige burger (indien deze wil) haar deskundigheid en mening in kan brengen en waarin velen in openbare gelegenheden en via het internet met elkaar in discussie gaan. Bewonersbijeenkomsten worden veel normaler. Veel besluiten worden na de discussie via raadgevende referenda aan de burger voorgelegd, die daarbij gewend is de in de openbare discussies ingebrachte argumenten tot zich te nemen. Uiteindelijk is het de wijkraad of de gemeenteraad die het definitieve besluit neemt.

Iedere straat, buurt en wijk kent in 2040 een breed scala aan kleinschalige dienstverlening, burgerinitiatieven en coöperaties. Samen zorgt dit lokale aanbod voor een belangrijk deel in de behoeftes aan zorg, welzijn, energie, reparatiediensten, etc.

Voor sommigen was het lastig te accepteren dat buitenlandse vliegvakanties en ander absurdistisch consumptie-gedrag onbetaalbaar werd, maar de verhouding tussen vervuiling, repareerbaarheid en nut is in 2040 de belangrijke graadmeter voor de prijs van producten. Vrijwel iedereen was vrij snel verzoend met de ervaring dat het prima leven was met een iets lager welvaartsniveau. We gaan allemaal nog steeds op vakantie (wanneer we dat willen), kunnen ons een biertje of een wijntje veroorloven, hebben goed en afwisselend voedsel tot onze beschikking (hoewel niet meer ingevlogen van de andere kant van de wereld).

Al met al zie ik in 2040 een Hilversum voor me waarin het goed leven is.

Aernoud Olde, 25 november 2021

p.s. … en er zijn nog tal van uitdagingen, vooral wereldwijd, die ik in dit stuk niet van toekomstperspectief voorzien heb. Het is al lang genoeg. Bovenstaande springt het stuk enigszins van de hak op de tak en is dus ook niet af en zal ook na discussies en aanpassingen wegens voortschrijdend inzicht nooit helemaal af zijn. Bovenstaande is op dit moment wel mijn visie op hoe we de boel moeten organiseren om te voorkomen dat we steeds verder afglijden naar een maatschappij met toenemende tegenstellingen en steeds meer toezicht en gedragsregels.

Geplaatst in Blogbijdrages over Hilversum | Tags: , , , , , , | 1 reactie

een dag uit het leven van een RES-vertegenwoordiger

18 mei, een lange, super-enerverende dag loopt ten einde vol met energie-transitie gerelateerde bezigheden. Gelukkig is niet elke dag zo vol, deze was wel erg extreem. Wel leuk om eens te delen wat er voor mij zo langskomt:

8.50 uur de deur openen voor de installateur van onze nieuwe zonwering die de uitvoering komt voorbereiden. Door de klimaatwijziging loop de temperatuur in onze serre steeds verder op. Daar gaan we wat aan doen.

9.00 uur samen met Ynske Betlem schuif ik aan bij een overleg met Pieter de Vries en Talitha van den Hoek van de afdeling duurzaamheid van de gemeente Hilversum om over de voortgang van Hilversum100 te praten, waaronder natuurlijk plannen om meer mensen bij de energietransitie te betrekken, maar de H100 doet heel veel meer!

10.00 uur; even adem halen

10.30 uur; vooroverleg met Manuel den Hollander en Johan Wempe over de voortzetting van de samenwerking met Natuur en Milieufederatie Noord-Holland. Nu de RES 1.0 bijna gereed is en we als energie-coöperaties ons dienstencentrum ‘Energie van Noord Holland’ opgericht hebben is het essentieel de juiste piketpaaltjes te slaan.

11.30 tijd om emails te lezen, nieuwsbrieven te scannen en mensen terug te bellen. Ook voorbereiding inspreken vanavond.

12.15 lunch met mijn vrouw en mijn zoon die zo naar zijn eindexamen toe moet; hij is er erg relexed onder. Ook even genieten van de kittens die rondrennen. Echt grappig die beestjes.

13.00 uur de leer- en werkbijeenkomst ‘Burgerfora en -participatie’ van NP-RES (het nationaal programma regionale energie strategie) gaat van start. oa nuttige kennisdeling vanuit Stichting G1000.nu door Harm van Dijk. Hier gaan we mee aan de slag (maar dat wisten we al een tijdje).

15.00 uur overleg met Sijas Akkerman en Sofie de Groot van @Natuur en Milieufederatie Noord-Holland over de samenwerking. We kennen elkaar goed dus de hobbels zijn duidelijk. Daar gaan we uitkomen.

16.00 uur aansluitend doorpraten met Johan Wempe over hoe we verder gaan. Nuttig.

17.00 uur snel boodschappen doen, eten koken en met het gezin eten. De vegetarische hamburgers waren in de aanbieding.

18.30 uur slaapje op de bank… 3,2,1 en weg

19.00 uur weer achter de PC. We willen als energiecooperaties bij zoveel mogelijk gemeenteraden inspreken over de RES 1.0. Vanavond 3 gemeenteraden in Noord Holland Zuid waar de RES in de gemeenteraad besproken wordt. Weesp is door een uitstekende brief van de lokale cooperatie Weesp EcoEnergie afgedekt. Zelf spreek ik in bij gemeente De Beemster waar ze nog geen energiecoöperatie hebben. Veel interesse in mijn verhaal!

21.00 uur alsnog aanschuiven bij het verbindersoverleg van Hilversum100. Mooi om de onderlinge uitwisseling te hebben over hoe we de verschillende duurzaamheidsthema’s blijven uitdragen in Hilversum. Er staat veel op stapel. Helaas moet ik een paar keer toegeven dat ik een to do’s niet gedaan had.

Morgen een nieuwe dag.

Geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De RES als Ei van Columbus

Een steeds terugkerend commentaar op de RES is dat ‘het alleen maar over zon en wind gaat, terwijl de energietransitie zoveel breder is en het geen zin heeft om alleen over zon en wind te spreken’.

Ogenschijnlijk een zeer steekhoudend argument, maar in de praktijk een misvatting. Het RES-proces en de doelstellingen van de RES zijn naar mijn mening een goed begin. Een kans om de bredere energietransitie in de toekomst op een breedgedragen manier vorm te geven en daarmee uiteindelijk de transitie te versnellen.

Daarom dit artikel om vanuit het perspectief van een maatschappelijke actieve burger uit te leggen wat die RES nou precies is, waarom de RES brede steun verdient, en waarom we ons nu eerst beperken tot besluiten nemen over zon en wind.

Voor de goede orde; ik ben sinds april 2019 de RES-vertegenwoordiger van de energiecooperaties voor Noord Holland Zuid, en vanuit die hoedanigheid als burger lid van de stuurgroep RES XL voor NHZ.

Zonder energie heb je het koud in de winter

Tot in de jaren 60 was energie iets van het dagelijks leven; je moest weten hoe een kachel werkte, waar je brandstof vandaan haalde, en hoe je kou buiten hield. Zo niet; dan had je het thuis koud. Sindsdien is energie iets vanzelfsprekends geworden. Elektriciteit, gas, benzine, maar ook water; het is altijd beschikbaar en relatief betaalbaar. En wanneer het er niet is door bijvoorbeeld een elektriciteitsstoring, dan ligt ook meteen vrijwel onze hele samenleving stil. Alle reden om zorgvuldig te handelen want deze nutsvoorzieningen zijn belangrijk.

Al snel werd gewaarschuwd dat er ooit een einde kwam aan deze luxe en dat er nadelen aan het gebruik van fossiele brandstoffen zaten, maar voor de politiek, het bedrijfsleven en de burger was het veel makkelijker om dat tot een probleem voor de toekomst te bestempelen.

En nog steeds is het mogelijk de kop in het zand te steken, of te hopen op een miraculeus alternatief in de vorm van schone en goedkope kernenergie.

We hebben ook nog steeds tijd om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen en stap voor stap te vervangen door duurzame vormen van energie. De urgentie groeit echter met de dag en hoe sneller we vaart gaan maken hoe lager de totale kosten zullen zijn. Alle reden om in actie te komen.

7 uitgangspunten van de RES

Dan kun je vragen om een complete totaaloplossing vanuit een alwetende instantie; maar die kennis hebben we niet, zo’n oplossing bestaat niet en zo’n oplossing zouden we ook niet accepteren. Er zijn alleen deel-oplossingen die op heel veel verschillende manieren onze manier van leven gaan veranderen. Niet leuk, maar wel noodzakelijk, en ook iets waarbij we zelf keuzes moeten maken. En het doel? Een vrijwel circulaire samenleving.

Op basis van bovenstaande en andere randvoorwaarden kun je enkele uitgangspunten formuleren op basis waarvan gekozen is voor het RES-proces van een RES 1.0, RES 2.0, RES 3.0 etc etc, waarbij je nu alleen besluiten neemt over intensivering van zon en wind, en gelijktijdig investeert in de kennis over al die andere facetten van de energietransitie. Die uitgangspunten zijn:

  1. Het is noodzakelijk dat kennis over energie en energiebesparing wijdverbreid en breedgedragen worden; energie is immers iets wat continu een rol in ons leven speelt, en de kennis daarvan kunnen we niet overlaten aan een kleine groep technici die alles voor ons regelen. We moeten bij wijze van spreken leren hoe we de kachel van de toekomst brandende en het vervoersmiddel van de toekomst rijdende houden. Dit is het eerste uitgangspunt.
  2. De RES gaat er vanuit dat er sowieso tot 2030 in totaliteit een energiebesparing van 30% behaald wordt. Energiebesparing is mooi, want alles wat we niet gebruiken hoeven we ook niet op te wekken. Voor de overzichtelijkheid is het besparingstraject gescheiden van de opwek van energie; het tweede uitgangspunt van de RES.
  3. Er is behoefte aan een structuur waarmee vaart gemaakt kan worden met de energietransitie en waar zowel de overheid, het bedrijfsleven en de bevolking bij betrokken is. Zonder structuur achter het geheel wordt de besluitvorming en het kennisdelen een zooitje. De overheid is daarbinnen de besluitvormende partij, en zij is daarom ook de trekkende kracht binnen deze structuur. Het derde uitgangspunt.
  4. Uitgangspunt 1. maakt het noodzakelijk dat er een maatschappij-brede bijscholing over energie georganiseerd gaat worden. Het vierde uitgangspunt is daarom dat we ons met zijn allen bewust moeten worden over ons energiegebruik en onze kennis over energie verveelvoudigen en delen.
  5. Het vijfde uitgangspunt is dat we vol in moeten zetten op kennisontwikkeling en -toepassing. Er zijn immers oneindig veel mogelijkheden om energie op te wekken, op te slaan, te verplaatsen en te gebruiken. Natuurkunde, geologie en allerlei andere wetenschappen dienen daarom een extra boost gegeven te worden. Daarnaast dienen we alle verworven kennis over energie in gebruik te nemen. Dus naast wetenschap ook stimulering voor toepassing en ondernemerschap.
  6. Iedereen begrijpt dat er niet 1 oplossing is voor de problemen. In de toekomst zal niet al onze energie van windmolens of aardwarmte komen; we hebben energie nodig in veel verschillende verschijningsvormen op veel verschillende plaatsen. Het zesde uitgangspunt van de RES is daarom dat de opwek van die energie op veel verschillende manieren en op veel verschillende plaatsen, plaats moet gaan vinden.
  7. Het zevende uitgangspunt van de RES is dat een qua opwek beperkt doel van 35 TWh van zon en wind op land afgesproken is. Zo laag dat ik het zelf als te laag ervaar, maar hoog genoeg om serieus aan de slag te gaan en samen de discussie over onze toekomstige energievoorziening te gaan voeren. In de toekomst zal dan blijken of we meer wind en zon nodig hebben of dat op andere wijze in onze energiebehoefte voorzien kan worden.

Waarom de RES het Ei van Columbus is

Bovenstaande lijst is niet uitputtend, er zijn meer uitgangspunten, maar deze 7 uitgangspunten leiden ertoe dat ik 4 conclusies kan trekken op basis waarvan ik de RES tot een geweldige vondst verklaar; het Ei van Columbus:

-a- je gaat nu aan de slag met die zaken waarmee je nu aan de slag kunt gaan, namelijk meer opwek via zon en wind. Je legt daarmee een bescheiden basis (minder dan 10% van je totale energiebehoefte), maar je gaat aan de slag en je doet dat zonder beslissingen te hoeven nemen op vlakken waar de beslissing genomen moet worden in een breder perspectief. Die beslissingen stel je uit tot RES 2.0, 3.0 etc.

-b- je creëert een podium waarmee je in je huis, in je wijk, in je gemeente, regionaal, provinciaal, landelijk en internationaal de discussie gaat voeren over hoe we in de toekomst onze energie-voorziening gaan regelen; kennisvermeerdering en kennisdeling dus. Ook internationaal want klimaatwijziging en beprijzing van uitstoot zijn ook zaken die je internationaal moet regelen.

-c- doordat de samenleving op hetzelfde moment zowel met de RES, als met met energiebesparing en met het formuleren van een gemeentelijke warmtevisie aan de slag gaan, wordt overal en op ieder niveau, geïnvesteerd in kennis over isolatie, geothermie, aquathermie, etc. Een investering die hard nodig is, en gelijktijdig kan landelijk/wereldwijd geïnvesteerd worden in nieuwe wetenschappelijke vindingen en ook in kennis over veilige kernenergie.

Alle reden overigens om lokaal vooral gebruik te maken van de eigen bevolking zodat de kennis ook echt lokaal behouden blijft. Kennis die we nodig hebben om bij de RES 2.0 en daarna de juiste keuzes te kunnen maken, en tijd die we nodig hebben om de kennis in de samenleving over energie en energiebesparing te vergroten zodat we straks tot breedgedragen maatwerk-oplossingen kunnen komen.

-d- doordat bij de RES 2.0 of daarna ook aanpalende onderdelen zoals warmte en het verduurzamen van de mobiliteit meegenomen gaan worden, maak je het tempo en de reikwijdte van het beleid ook inzichtelijk voor de omgeving.

Slotwoord

Het teleurstellende aan de werkelijkheid tot nog toe is dat in veel gemeenten de discussie beperkt is tot een discussie over zon en wind, en de reactie van mensen zich vaak beperkt tot de nadelen die ze zien voor hun eigen directe omgeving. Dat de besluitvorming alleen plaatsvind over zon en wind hoeft toch niet te betekenen dat je de discussie niet breder voert? En dat een gebied tot zoekgebied verklaart wordt hoeft toch niet te betekenen dat de oplossing precies in dat gebied gevonden moet worden?

We hebben nog 8 maanden totdat de RES 1.0 af moet zijn, laten we die tijd met zijn allen gebruiken om onze kennis over energie te vergroten en het gesprek aan te gaan hoe we de wereld zonder vervuilende fossiele brandstoffen voor ons zien. En laten we daarbij niet vergeten dat daarna nog vele jaren volgen voor besluitvorming over al die andere stappen die we nog moeten zetten.

Aernoud Olde, Hilversum, 25 oktober 2020

RES-vertegenwoordiger namens de energie-coöperaties voor Noord Holland Zuid en derhalve lid van de stuurgroep XL van de RES NHZ.

Geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen