een circulair Hilversum voor en door de inwoners

in het najaar van 2021 werd aan de inwoners van Hilversum gevraagd hoe zij naar de toekomst kijken; dit in het kader van de omgevingsvisie (meer info op Hilversum2040.nl). Hieronder mijn bijdrage.

Het Hilversum van 2040 is wat mij betreft een gemeenschap voor en door bewoners. De gemeente is nog altijd aanwezig, maar vooral voor nutsvoorzieningen, als vangnet en als faciliterende organisatie voor een wijdverbreid netwerk aan kleinschalige zakelijke dienstverlening, burgerinitiatieven en coöperaties.

Kernwoorden; collectief, coöperatief, minder consumptief, en meer een gemeenschap; letterlijk een samenleving.

Op het eerste gezicht is er in 2040 niet veel veranderd in Hilversum; mensen wonen nog steeds in hun eigen huis, gaan naar het werk, sporten, gaan op bezoek gaan bij vrienden en bekenden of kiezen ervoor om thuis te blijven. Mensen zijn ook nog altijd verantwoordelijk voor hun eigen welzijn.

Er zijn nog steeds ondernemers die producten aanbieden, en multinationals, en handelsbedrijven die goederen vanuit de hele wereld importeren. Het volume van de fysieke handel is wel gedaald omdat de prijs van transport fors is gestegen. Zelf verdienen we veel geld met digitale zakelijke dienstverlening aan de hele wereld, en natuurlijk produceren we in Hilversum nog steeds heel veel media-producten.

Wanneer je inzoomt op het bedrijfsleven blijkt er wel iets veranderd te zijn. Vrijwel alle nieuwe producten gaan langer mee, kunnen makkelijker gerepareerd worden en als ze echt kapot zijn kunnen ze gerecycled worden. Deze kringloopeconomie heeft heel veel nieuwe lokale banen opgeleverd, hoewel sommige reparaties middels 3D-printers en het internet eigenlijk niet lokaal uitgevoerd worden. Nog veel meer dan nu maken we gebruik van een supersnel internet.

Iedere wijk heeft in 2040 een levendig winkelgebied aangezien het veel logischer is om spullen per fiets te distribueren in plaats van in busjes, en je dus per wijk distributiepunten nodig hebt. In het centrum zette de kaalslag onder winkelketens na 2021 eerst door aangezien zij de concurrentie met de steeds verder toenemende behoefte aan bezorgdiensten niet aan konden. De grote omslag kwam na het omarmen van de kringloopeconomie. Er kwamen veel gezellige, kleinschalige plekken bij waar je terecht kunt met je kapotte of verouderde spullen en weer weg gaat met gerepareerde spullen of met nieuwe kwaliteitsproducten gemaakt uit gerecyclede grondstoffen. Daaromheen veel horeca; mede omdat we vaker buiten kunnen zitten (klimaatwijziging is niet alleen vervelend).

Helaas heeft de klimaatwijziging ook zijn tol geëist. De gevolgen van decennia lang de lucht, de bodem en de natuur vervuilen zijn niet zomaar weggepoetst, maar wereldwijd is het in 2040 wel degelijk gelukt (o.a.) de CO2-uitstoot fors te verminderen. Door de opwarming die al heeft plaatsgevonden, en het smelten van ijskappen is de warme golfstroom helaas verdwenen en kennen we in 2040 gemiddeld koudere winters en warmere zomers. Vooral de periodes van droogte zijn langer en af en toe komen er waanzinnige hoeveelheden regen uit de lucht, maar dankzij meer groen in de wijken en opvangbekkens voorkomen we nog grotere schade. Het verzamelde water hebben we tijdens de droge periodes hard nodig om het vele groen in de stad levend te houden. Zonder dat extra groen zou het in de zomer sowieso niet meer uit te houden zijn in de stad qua temperatuur.

Al met al is de klimaatwijziging iets dat we hebben moeten accepteren. Overigens bleek het ternauwernood voorkomen van een grote natuurbrand in ’t Gooi voor onze regio de trigger om het roer om te gooien en de samenleving echt radicaal om te vormen naar een kringloopeconomie. Soortgelijke gebeurtenissen bleken overal op de wereld het sein dat het anders moest, en in 2040 weten we dat het ook anders kan.

Dat andere grote gevaar; de stijgende zeespiegel lijkt met een sisser af te lopen. De jaarlijkse stijging van de zeespiegel zal in 2040 wel aanzienlijk toegenomen zijn, maar de experts weten inmiddels dat we met hogere dijken en ander verstandig beleid Nederland wel droog kunnen houden. Geen Hilversum in of aan zee dankzij het wereldwijd fors terugdringen van de CO2-uitstoot.

De tol van de opwarming is helaas in 2040 buiten de stad wel terug te zien omdat een deel van de natuur de langdurige droogtes niet aankan en er tijdens deze periodes onvoldoende water is om het grondwaterpeil hoog genoeg te houden. Gelukkig heeft GNR inmiddels aanpassingen in de vegetatie doorgevoerd waardoor onze natuur nog altijd een groene plek is waar we rust kunnen vinden.

Het particuliere autobezit begint in 2040 fors te dalen aangezien de zelfrijdende elektrische auto’s inmiddels echt veilig blijken zijn. Geen eindeloze rijen met geparkeerd blik meer in de straten maar ruimte voor spelende kinderen en heel veel vergroende parkeerplaatsen (en vergroende andere oppervlaktes). Wanneer je een auto nodig hebt dan kies je het model (klein, groot, met of zonder laadruimte, etc.) en dan rijdt de auto op het door jouw gekozen moment bij je voor vanaf een van de centrale parkeerplaatsen. De auto’s zijn collectief eigendom van de inwoners van de wijk en wanneer je op je bestemming aangekomen bent, rijdt de zelfrijdende auto door naar de volgende aanvrager van vervoer. Al met al blijkt dit zelfs goedkoper en prettiger te zijn dan ieder een eigen auto.

In 2040 zijn we inmiddels volkomen gewend aan het collectieve warmtenet dat onze huizen van warmte voorziet vanuit enkele diepe geothermie-putten (UDG), aangevuld met energie die opgewekt wordt op vrijwel alle daken middels combi-panelen; deels elektriciteits-opwek en deels warmte-opwek. De resterende elektriciteitsbehoefte wordt helaas nog altijd vanaf de Noordzee gehaald en van een aantal windmolens die her en der in het land staan, aangevuld met stroom uit het buitenland. Helaas blijkt veilige kernenergie nog steeds een droom voor de toekomst, maar we weten in 2040 wel 100% zeker dat aan het einde van de eeuw de windmolens vervangen kunnen worden door Thoriumcentrales. In 2040 weten we echter ook dat we dankzij technologische vooruitgang en een veelheid aan nieuwe energie-opslagtechnieken uitstekend in staat zijn voldoende warmte op te slaan voor de winter. We blijken zoveel energie te kunnen halen uit het zonlicht, het water en de aarde dat we onze energieverslaving voort kunnen zetten, ook zonder dat we kernafval produceren.

…..

De digitalisering, de globalisering, de omgevingswet (en nog wat veranderingen) en de kringloopeconomie hebben de verhouding tussen de gemeente/overheid en de inwoners flink gewijzigd. Dit mede omdat de belastingheffing op een heel andere manier georganiseerd moest worden in een kringloopeconomie. Een groot deel van de belasting wordt in 2040 geheven op bezit (waardoor collectief delen van gebruiksgoederen verder gestimuleerd wordt) en natuurlijk op de vernieuwde btw-regeling waarbij vooral het gebruik van nieuwe grondstoffen belast wordt.

Qua gedrag is de consumptieve houding van de mensen fors verminderd. Uiteindelijk drong het tot de meerderheid door dat een circulaire samenleving veel meer vrijheid opleverde. In 2040 levert de landbouw nog altijd de grote hoeveelheid aan voedingsmiddelen, maar voor ons verse voedsel is er een systeem van regionale productie en uitlevering op buurtniveau ontstaan.

Hoewel ondernemerschap in 2040 nog altijd zeer gewaardeerd wordt, wat in 2040 terug te zien is een verder gegroeide zakelijke dienstverlening, zijn veel zaken die we dagelijks nodig hebben in 2040 collectief en vaak coöperatief geregeld. Naar het voorbeeld van de energie-sector waarin de warmtenetten rond 2030 collectief coöperatief eigendom werden met toezicht door de overheid (een energienet is toch infrastructuur, net als straten en de waterleiding daarom is de oude Nederlandse wetmatigheid dat infrastructuur in collectieve handen moet zijn de enige optie).

De vele werkgelegenheid die de kringloopeconomie opleverde heeft in 2040 ook geleid tot een hausse aan nieuwe ondernemers; ondernemers die zorgdragen voor het daadwerkelijk recyclen, en ondernemers die collectief gebruikte gebruiksgoederen exploiteren.

De gemeente heeft zich in 2040 omgevormd tot een organisatie voor en door bewoners. De gemeente is grotendeels per wijk georganiseerd (voor en door wijkbewoners en aangestuurd vanuit een democratisch gekozen wijkraad), maar gelijktijdig zijn de Gooise gemeenten ook gefuseerd tot Gooistad. Dit omdat veel uitdagingen alleen op te lossen bleken via regionale samenwerking en eenduidige besluitvorming.

Iedere wijk wordt in 2040 bestuurd door een door de inwoners gekozen wijkraad die toeziet op de wijk en in contact staat met de lokale aanbieders van collectieve diensten. Waar nodig springt de gemeente of de nationale overheid bij, maar inwoners blijken onderling uitstekend in staat om hun wijk leefbaar en levendig te houden en gelijktijdig in staat om om te zien naar de minder bedeelde mede-inwoner.

Voor de risico’s die voortkomen uit een gemeentelijke organisatie die uit inwoners bestaat zijn oplossingen gevonden, oplossingen die voornamelijk bestaan uit transparantie. Ambtenaren worden in de lokale omgeving geworven waardoor de gemeente veel beter aanvoelt waar behoefte aan is, en opgedane kennis voor de samenleving behouden blijft. Uiteindelijk is het nog steeds de gemeenteraad die de beslissingen neemt, maar zij laat zich geregeld adviseren door wisselende burgerraden.

Rondom de gemeente is een groot netwerk ontstaan waarlangs de mondige, goed geïnformeerde, deskundige burger (indien deze wil) haar deskundigheid en mening in kan brengen en waarin velen in openbare gelegenheden en via het internet met elkaar in discussie gaan. Bewonersbijeenkomsten worden veel normaler. Veel besluiten worden na de discussie via raadgevende referenda aan de burger voorgelegd, die daarbij gewend is de in de openbare discussies ingebrachte argumenten tot zich te nemen. Uiteindelijk is het de wijkraad of de gemeenteraad die het definitieve besluit neemt.

Iedere straat, buurt en wijk kent in 2040 een breed scala aan kleinschalige dienstverlening, burgerinitiatieven en coöperaties. Samen zorgt dit lokale aanbod voor een belangrijk deel in de behoeftes aan zorg, welzijn, energie, reparatiediensten, etc.

Voor sommigen was het lastig te accepteren dat buitenlandse vliegvakanties en ander absurdistisch consumptie-gedrag onbetaalbaar werd, maar de verhouding tussen vervuiling, repareerbaarheid en nut is in 2040 de belangrijke graadmeter voor de prijs van producten. Vrijwel iedereen was vrij snel verzoend met de ervaring dat het prima leven was met een iets lager welvaartsniveau. We gaan allemaal nog steeds op vakantie (wanneer we dat willen), kunnen ons een biertje of een wijntje veroorloven, hebben goed en afwisselend voedsel tot onze beschikking (hoewel niet meer ingevlogen van de andere kant van de wereld).

Al met al zie ik in 2040 een Hilversum voor me waarin het goed leven is.

Aernoud Olde, 25 november 2021

p.s. … en er zijn nog tal van uitdagingen, vooral wereldwijd, die ik in dit stuk niet van toekomstperspectief voorzien heb. Het is al lang genoeg. Bovenstaande springt het stuk enigszins van de hak op de tak en is dus ook niet af en zal ook na discussies en aanpassingen wegens voortschrijdend inzicht nooit helemaal af zijn. Bovenstaande is op dit moment wel mijn visie op hoe we de boel moeten organiseren om te voorkomen dat we steeds verder afglijden naar een maatschappij met toenemende tegenstellingen en steeds meer toezicht en gedragsregels.

Geplaatst in Blogbijdrages over Hilversum | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

een dag uit het leven van een RES-vertegenwoordiger

18 mei, een lange, super-enerverende dag loopt ten einde vol met energie-transitie gerelateerde bezigheden. Gelukkig is niet elke dag zo vol, deze was wel erg extreem. Wel leuk om eens te delen wat er voor mij zo langskomt:

8.50 uur de deur openen voor de installateur van onze nieuwe zonwering die de uitvoering komt voorbereiden. Door de klimaatwijziging loop de temperatuur in onze serre steeds verder op. Daar gaan we wat aan doen.

9.00 uur samen met Ynske Betlem schuif ik aan bij een overleg met Pieter de Vries en Talitha van den Hoek van de afdeling duurzaamheid van de gemeente Hilversum om over de voortgang van Hilversum100 te praten, waaronder natuurlijk plannen om meer mensen bij de energietransitie te betrekken, maar de H100 doet heel veel meer!

10.00 uur; even adem halen

10.30 uur; vooroverleg met Manuel den Hollander en Johan Wempe over de voortzetting van de samenwerking met Natuur en Milieufederatie Noord-Holland. Nu de RES 1.0 bijna gereed is en we als energie-coöperaties ons dienstencentrum ‘Energie van Noord Holland’ opgericht hebben is het essentieel de juiste piketpaaltjes te slaan.

11.30 tijd om emails te lezen, nieuwsbrieven te scannen en mensen terug te bellen. Ook voorbereiding inspreken vanavond.

12.15 lunch met mijn vrouw en mijn zoon die zo naar zijn eindexamen toe moet; hij is er erg relexed onder. Ook even genieten van de kittens die rondrennen. Echt grappig die beestjes.

13.00 uur de leer- en werkbijeenkomst ‘Burgerfora en -participatie’ van NP-RES (het nationaal programma regionale energie strategie) gaat van start. oa nuttige kennisdeling vanuit Stichting G1000.nu door Harm van Dijk. Hier gaan we mee aan de slag (maar dat wisten we al een tijdje).

15.00 uur overleg met Sijas Akkerman en Sofie de Groot van @Natuur en Milieufederatie Noord-Holland over de samenwerking. We kennen elkaar goed dus de hobbels zijn duidelijk. Daar gaan we uitkomen.

16.00 uur aansluitend doorpraten met Johan Wempe over hoe we verder gaan. Nuttig.

17.00 uur snel boodschappen doen, eten koken en met het gezin eten. De vegetarische hamburgers waren in de aanbieding.

18.30 uur slaapje op de bank… 3,2,1 en weg

19.00 uur weer achter de PC. We willen als energiecooperaties bij zoveel mogelijk gemeenteraden inspreken over de RES 1.0. Vanavond 3 gemeenteraden in Noord Holland Zuid waar de RES in de gemeenteraad besproken wordt. Weesp is door een uitstekende brief van de lokale cooperatie Weesp EcoEnergie afgedekt. Zelf spreek ik in bij gemeente De Beemster waar ze nog geen energiecoöperatie hebben. Veel interesse in mijn verhaal!

21.00 uur alsnog aanschuiven bij het verbindersoverleg van Hilversum100. Mooi om de onderlinge uitwisseling te hebben over hoe we de verschillende duurzaamheidsthema’s blijven uitdragen in Hilversum. Er staat veel op stapel. Helaas moet ik een paar keer toegeven dat ik een to do’s niet gedaan had.

Morgen een nieuwe dag.

Geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De RES als Ei van Columbus

Een steeds terugkerend commentaar op de RES is dat ‘het alleen maar over zon en wind gaat, terwijl de energietransitie zoveel breder is en het geen zin heeft om alleen over zon en wind te spreken’.

Ogenschijnlijk een zeer steekhoudend argument, maar in de praktijk een misvatting. Het RES-proces en de doelstellingen van de RES zijn naar mijn mening een goed begin. Een kans om de bredere energietransitie in de toekomst op een breedgedragen manier vorm te geven en daarmee uiteindelijk de transitie te versnellen.

Daarom dit artikel om vanuit het perspectief van een maatschappelijke actieve burger uit te leggen wat die RES nou precies is, waarom de RES brede steun verdient, en waarom we ons nu eerst beperken tot besluiten nemen over zon en wind.

Voor de goede orde; ik ben sinds april 2019 de RES-vertegenwoordiger van de energiecooperaties voor Noord Holland Zuid, en vanuit die hoedanigheid als burger lid van de stuurgroep RES XL voor NHZ.

Zonder energie heb je het koud in de winter

Tot in de jaren 60 was energie iets van het dagelijks leven; je moest weten hoe een kachel werkte, waar je brandstof vandaan haalde, en hoe je kou buiten hield. Zo niet; dan had je het thuis koud. Sindsdien is energie iets vanzelfsprekends geworden. Elektriciteit, gas, benzine, maar ook water; het is altijd beschikbaar en relatief betaalbaar. En wanneer het er niet is door bijvoorbeeld een elektriciteitsstoring, dan ligt ook meteen vrijwel onze hele samenleving stil. Alle reden om zorgvuldig te handelen want deze nutsvoorzieningen zijn belangrijk.

Al snel werd gewaarschuwd dat er ooit een einde kwam aan deze luxe en dat er nadelen aan het gebruik van fossiele brandstoffen zaten, maar voor de politiek, het bedrijfsleven en de burger was het veel makkelijker om dat tot een probleem voor de toekomst te bestempelen.

En nog steeds is het mogelijk de kop in het zand te steken, of te hopen op een miraculeus alternatief in de vorm van schone en goedkope kernenergie.

We hebben ook nog steeds tijd om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen en stap voor stap te vervangen door duurzame vormen van energie. De urgentie groeit echter met de dag en hoe sneller we vaart gaan maken hoe lager de totale kosten zullen zijn. Alle reden om in actie te komen.

7 uitgangspunten van de RES

Dan kun je vragen om een complete totaaloplossing vanuit een alwetende instantie; maar die kennis hebben we niet, zo’n oplossing bestaat niet en zo’n oplossing zouden we ook niet accepteren. Er zijn alleen deel-oplossingen die op heel veel verschillende manieren onze manier van leven gaan veranderen. Niet leuk, maar wel noodzakelijk, en ook iets waarbij we zelf keuzes moeten maken. En het doel? Een vrijwel circulaire samenleving.

Op basis van bovenstaande en andere randvoorwaarden kun je enkele uitgangspunten formuleren op basis waarvan gekozen is voor het RES-proces van een RES 1.0, RES 2.0, RES 3.0 etc etc, waarbij je nu alleen besluiten neemt over intensivering van zon en wind, en gelijktijdig investeert in de kennis over al die andere facetten van de energietransitie. Die uitgangspunten zijn:

  1. Het is noodzakelijk dat kennis over energie en energiebesparing wijdverbreid en breedgedragen worden; energie is immers iets wat continu een rol in ons leven speelt, en de kennis daarvan kunnen we niet overlaten aan een kleine groep technici die alles voor ons regelen. We moeten bij wijze van spreken leren hoe we de kachel van de toekomst brandende en het vervoersmiddel van de toekomst rijdende houden. Dit is het eerste uitgangspunt.
  2. De RES gaat er vanuit dat er sowieso tot 2030 in totaliteit een energiebesparing van 30% behaald wordt. Energiebesparing is mooi, want alles wat we niet gebruiken hoeven we ook niet op te wekken. Voor de overzichtelijkheid is het besparingstraject gescheiden van de opwek van energie; het tweede uitgangspunt van de RES.
  3. Er is behoefte aan een structuur waarmee vaart gemaakt kan worden met de energietransitie en waar zowel de overheid, het bedrijfsleven en de bevolking bij betrokken is. Zonder structuur achter het geheel wordt de besluitvorming en het kennisdelen een zooitje. De overheid is daarbinnen de besluitvormende partij, en zij is daarom ook de trekkende kracht binnen deze structuur. Het derde uitgangspunt.
  4. Uitgangspunt 1. maakt het noodzakelijk dat er een maatschappij-brede bijscholing over energie georganiseerd gaat worden. Het vierde uitgangspunt is daarom dat we ons met zijn allen bewust moeten worden over ons energiegebruik en onze kennis over energie verveelvoudigen en delen.
  5. Het vijfde uitgangspunt is dat we vol in moeten zetten op kennisontwikkeling en -toepassing. Er zijn immers oneindig veel mogelijkheden om energie op te wekken, op te slaan, te verplaatsen en te gebruiken. Natuurkunde, geologie en allerlei andere wetenschappen dienen daarom een extra boost gegeven te worden. Daarnaast dienen we alle verworven kennis over energie in gebruik te nemen. Dus naast wetenschap ook stimulering voor toepassing en ondernemerschap.
  6. Iedereen begrijpt dat er niet 1 oplossing is voor de problemen. In de toekomst zal niet al onze energie van windmolens of aardwarmte komen; we hebben energie nodig in veel verschillende verschijningsvormen op veel verschillende plaatsen. Het zesde uitgangspunt van de RES is daarom dat de opwek van die energie op veel verschillende manieren en op veel verschillende plaatsen, plaats moet gaan vinden.
  7. Het zevende uitgangspunt van de RES is dat een qua opwek beperkt doel van 35 TWh van zon en wind op land afgesproken is. Zo laag dat ik het zelf als te laag ervaar, maar hoog genoeg om serieus aan de slag te gaan en samen de discussie over onze toekomstige energievoorziening te gaan voeren. In de toekomst zal dan blijken of we meer wind en zon nodig hebben of dat op andere wijze in onze energiebehoefte voorzien kan worden.

Waarom de RES het Ei van Columbus is

Bovenstaande lijst is niet uitputtend, er zijn meer uitgangspunten, maar deze 7 uitgangspunten leiden ertoe dat ik 4 conclusies kan trekken op basis waarvan ik de RES tot een geweldige vondst verklaar; het Ei van Columbus:

-a- je gaat nu aan de slag met die zaken waarmee je nu aan de slag kunt gaan, namelijk meer opwek via zon en wind. Je legt daarmee een bescheiden basis (minder dan 10% van je totale energiebehoefte), maar je gaat aan de slag en je doet dat zonder beslissingen te hoeven nemen op vlakken waar de beslissing genomen moet worden in een breder perspectief. Die beslissingen stel je uit tot RES 2.0, 3.0 etc.

-b- je creëert een podium waarmee je in je huis, in je wijk, in je gemeente, regionaal, provinciaal, landelijk en internationaal de discussie gaat voeren over hoe we in de toekomst onze energie-voorziening gaan regelen; kennisvermeerdering en kennisdeling dus. Ook internationaal want klimaatwijziging en beprijzing van uitstoot zijn ook zaken die je internationaal moet regelen.

-c- doordat de samenleving op hetzelfde moment zowel met de RES, als met met energiebesparing en met het formuleren van een gemeentelijke warmtevisie aan de slag gaan, wordt overal en op ieder niveau, geïnvesteerd in kennis over isolatie, geothermie, aquathermie, etc. Een investering die hard nodig is, en gelijktijdig kan landelijk/wereldwijd geïnvesteerd worden in nieuwe wetenschappelijke vindingen en ook in kennis over veilige kernenergie.

Alle reden overigens om lokaal vooral gebruik te maken van de eigen bevolking zodat de kennis ook echt lokaal behouden blijft. Kennis die we nodig hebben om bij de RES 2.0 en daarna de juiste keuzes te kunnen maken, en tijd die we nodig hebben om de kennis in de samenleving over energie en energiebesparing te vergroten zodat we straks tot breedgedragen maatwerk-oplossingen kunnen komen.

-d- doordat bij de RES 2.0 of daarna ook aanpalende onderdelen zoals warmte en het verduurzamen van de mobiliteit meegenomen gaan worden, maak je het tempo en de reikwijdte van het beleid ook inzichtelijk voor de omgeving.

Slotwoord

Het teleurstellende aan de werkelijkheid tot nog toe is dat in veel gemeenten de discussie beperkt is tot een discussie over zon en wind, en de reactie van mensen zich vaak beperkt tot de nadelen die ze zien voor hun eigen directe omgeving. Dat de besluitvorming alleen plaatsvind over zon en wind hoeft toch niet te betekenen dat je de discussie niet breder voert? En dat een gebied tot zoekgebied verklaart wordt hoeft toch niet te betekenen dat de oplossing precies in dat gebied gevonden moet worden?

We hebben nog 8 maanden totdat de RES 1.0 af moet zijn, laten we die tijd met zijn allen gebruiken om onze kennis over energie te vergroten en het gesprek aan te gaan hoe we de wereld zonder vervuilende fossiele brandstoffen voor ons zien. En laten we daarbij niet vergeten dat daarna nog vele jaren volgen voor besluitvorming over al die andere stappen die we nog moeten zetten.

Aernoud Olde, Hilversum, 25 oktober 2020

RES-vertegenwoordiger namens de energie-coöperaties voor Noord Holland Zuid en derhalve lid van de stuurgroep XL van de RES NHZ.

Geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De energietransitie en de maakbaarheid van de samenleving

Af en toe mag ik voor de nieuwsbrief van energie-coöperatie HilverZon een stukje schrijven om de leden en belangstellenden op de hoogte te brengen van wat er achter de schermen van de energie-transitie allemaal gebeurd; hierbij (enigszins geactualiseerd) mijn stukje van begin april 2020:

Aernoud Olde, HilverZonner van het eerste uur, praat namens alle lokale energieclubs in Noord-Holland Zuid mee in de stuurgroep van de energieregio Noord Holland Zuid (NHZ). Hij vertelt wat er buiten de gemeentegrenzen gaande is. 

Ondanks de coronacrisis gaan we vooralsnog door met de Regionale Energie Strategie (RES). De bijeenkomsten vinden nu online plaats, en het eerder afgesproken stappenplan is met 4 maanden vertraagd, maar het proces blijft in beweging. In onderstaand schema zijn we nu bij stap 4. Vooral stap 5b gaat komend najaar/winter belangrijk worden voor ons als inwoners en energiecoöperaties.

zsyu_totaalprocesRESversiedec19--1

Wel ontstaat er een probleem bij het bespreken van de plannen in de gemeenteraden en het meenemen van de bevolking. Hoe dat bij de komende stappen opgelost gaat worden. moeten we nog vaststellen. De noodzaak van participatie van de bevolking wordt in ieder geval breed beleden. De wil is er, maar wanneer puntje bij paaltje komt is het inhuren van externe adviseurs en bedrijven toch telkens weer makkelijker dan het eigenaarschap van projecten daadwerkelijk (bij voorkeur op coöperatieve wijze) neer te leggen bij initiatiefnemers uit de bevolking en te rade gaan bij de inwoners.

Waar staan we?

Waar staan we inhoudelijk met de energie-transitie? Die vraag wil ik graag beantwoorden, maar dan moet ik een document van 260 pagina’s gaan samenvatten. In de loop van april vermoed ik dat de plannen samengevat online komen. Daar wacht ik even op.

Met betrekking tot de grote lijn overheersen bij mij twee tegengestelde gevoelens: enerzijds teleurstelling omdat het ambitieniveau van de plannen in Noord Holland Zuid mij tegen vallen. Op een enkele positieve uitzondering na. Met het huidige ambitieniveau gaan we in 2030 de doelen uit het Verdrag van Parijs niet halen. Een treurige constatering.

Vertrouwen en maakbaarheid

Anderzijds ben ik nog altijd vol vertrouwen dat dit RES-proces iets in beweging brengt, waardoor we de komende jaren de uitvoering kunnen versnellen. Het is een gok, maar misschien zijn we daardoor straks nog op tijd. Ik zie in ieder geval wel dat we bewegen en met zijn allen bouwen aan een duurzame, circulaire samenleving.

Bij mijn werk ten bate van de transitie naar een circulaire samenleving loop ik vaak op tegen de maakbaarheid van de samenleving. Mijn ervaring is dat die maakbaarheid reëler is dan de meeste mensen zich realiseren. Wanneer wij stappen zetten en het initiatief durven te nemen, kunnen wij verandering realiseren. Mensen, durf te dromen, en vooral: durf te doen!

Geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

5 fouten bij de start van de energietransitie

-1- Veel beleidsmakers begrijpen niet dat ‘draagvlak’ iets anders is als ‘participatie’

Veel beleidsmakers hanteren draagvlak en participatie als synoniemen, terwijl dat toch echt niet zo is. Bij evaluaties van beleid wordt geconstateerd dat er te telkens te weinig aandacht is geweest voor de participatie door burgers, terwijl meestal in de nieuwe plannen opnieuw het woord participatie alleen in de uitgangspunten staat, maar niet voorkomt bij de werkelijke plannen. Bij navraag hoe dan invulling gegeven wordt aan de participatie, wordt verwezen naar de pogingen om draagvlak te krijgen voor de projecten.

Voor de helderheid;
Een definitie van participatie = Participatie betekent actieve deelname. Het is afgeleid van de Latijnse woorden pars (deel) en cipere (nemen).
Een definitie van draagvlak = De mate waarin een groep mensen op hoofdlijnen eenzelfde gedachte als aanvaardbaar en redelijk beschouwd.

Wanneer je de bevolking laat participeren in een project, dan krijg je daardoor meestal meer draagvlak voor het project. Deze oorzaak – gevolg reactie kun je niet omdraaien.

Oproep 1: wacht niet langer met het invulling geven aan meer participatie voor en door burgers; participatie organiseren is niet het sluitstuk van de transitie maar zou de aftrap moeten zijn

-2- de overheid blijft vastgeroest zitten in ‘hokjesdenken’

Wanneer je als bewoner een plan hebt en steun zoekt bij de overheid is een van de eerste vragen die gesteld wordt binnen welk beleidsdomein je initiatief valt. Een vorm van hokjesdenken wat funest is voor de bewoners-particpatie.

Bewoners willen over het algemeen een probleem in hun omgeving oplossen, en bewoners zijn flexibel in welke oplossing gekozen wordt. Door de werkwijze van de overheid fixeert de behandeling van het voorstel zich op de voorgestelde oplossing in plaats van dat met de bewoners gezocht wordt naar een oplossing voor het geconstateerde probleem. Op deze manier worden burgerinitiatieven beoordeeld op de wensen en ideeën van het coalitieakkoord, de gemeentebegroting en de ideeën van de betrokken ambtenaren, en niet op basis van de waarneming van het probleem door de inwoners. Stel in de gemeentelijke organisatie de burger echt centraal stelt en maak van de gemeente een organisatie die er is voor en door bewoners.

Naast dit funeste hokjesdenken blijft het ook een raadsel waarom de meeste aanvragen behandeld worden in een bestuurlijk overleg waar je als indiener niet bij uitgenodigd wordt. Dit leidt er vrijwel altijd toe dat binnen de ambtelijke kringen woorden naar eigen inzicht worden geïnterpreteerd en als vastliggende feiten worden behandeld. In plaats daarvan zou een gezamenlijk overleg veel meer recht doen aan de flexibele ideeën van initiatiefnemers.

Oproep 2: overheid, stop met het denken in beleidsdomeinen; burgerinitiatieven beperken zich namelijk zelden tot 1 beleidsdomein. Ga het gesprek aan met als doel het burgerinitiatief te omarmen en stop met beoordelen of het initiatief binnen het staand beleid van 1 specifiek domein past.

-3- de energietransitie in Nederland is slechts een onderdeel van de hele transitie

Het gaat uiteindelijk om gedrag en circulair leven, maar de maatregelen die nu genomen worden beperken zich tot maatregelen die de CO2-uitstoot binnen Nederland terugdringen.

Dit is een bewuste keuze van de overheid vanuit een behoefte aan meetbaarheid en omdat de gasconsumptie teruggedrongen moet worden vanwege schade die de gaswinning in Groningen veroorzaakt. Dit zijn overwegingen die we allemaal zullen begrijpen, maar daarmee geen reden of excuus om het einddoel te beperken. Het doel van de transitie zou een circulaire economie moeten zijn.

Oproep 3: besteed naast het terugdringen van de CO2-uitstoot en het terugdringen van de gasconsumptie veel meer aandacht aan gedragsverandering bij de inwoners en naar het streven naar een circulaire samenleving.

-4- de energietransitie is een overheidsfeestje geworden

Wanneer je naar de bezetting van de voorbereidingsbijeenkomsten voor de Regionale Energie Strategieën (RES) kijkt dan zie je een heleboel ambtenaren en door de overheid ingehuurde adviseurs en een enkele vertegenwoordiger van burgerinitiatieven en al helemaal geen gewone burgers en gemeenteraadsleden.

Het klimaatakkoord en de klimaattafels zijn gesprekskringen tussen de overheid en het bedrijfsleven waar zij samen naar oplossingen proberen te komen die voor de BV Nederland acceptabel zijn.

Wellicht met een enkele uitzondering zijn de startnotities voor de RESsen documenten die opgesteld zijn door ambtenaren en adviseurs en goedgekeurd door een kleine groep verantwoordelijken, terwijl de energietransitie zich bij uitstek leent om heel veel mensen bij te betrekken.

In de teksten van de diverse startnotities wordt wel de noodzaak van het betrekken van inwoners en maatschappelijke partners gememoreerd, maar het hele proces is verticaal ingericht. Wanneer dit najaar de bewoners en raadsleden enigszins betrokken gaan worden dan wordt het voor hen vrijwel onmogelijk om ingeslagen paden te verleggen.

Oproep 4: betrek per direct veel en veel meer burgers en hun vertegenwoordigers bij de energietransitie

-5- de overheid neemt de transitie te vaak niet serieus

Een duidelijk voorbeeld is de subsidie die mensen in Duitsland krijgen voor het aansluiten van hun woning op het gas, terwijl we enkele kilometers verderop in Nederland mensen stimuleren hun gasaansluiting vaarwel te zeggen. De overheid reageert niet wanneer zo’n constatering viral gaat. Dit is funest voor het draagvlak van duurzaamheidsbeleid, en het feit dat de overheid niet reageert wanneer zulke voorbeelden in de media komen is een teken dat de overheid de hele transitie niet zo serieus neemt.

Meer voorbeelden? Het oude CO2-rechten-systeem waarmee de vervuilers beloond worden voor hun vervuilende gedrag, de jarenlange subsidie voor hybride leaseauto’s waar geen incentive in zat om daadwerkelijk elektrisch te gaan rijden en het GVO-systeem (garantie van oorsprong) van de overheid waar grote gaten inzetten waarmee producenten van grijze stroom deze als groene stroom aan consumenten kunnen verkopen.

Oproep 5: reageer als overheid wanneer beleid tegenstrijdige elementen blijkt te bevatten; begin met het uitleggen van het doel van het beleid, erken het wanneer er sprake is van een weeffout en maak dan zo mogelijk duidelijk hoe er tot verbetering gekomen gaat worden.

Geplaatst in Algemene blogbijdrages, Over Duurzaamheid | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie